Zoeken in deze blog

dinsdag 22 november 2011

Losse krabbelideeën...

1. Film Melancholia, wat als Melancholia op Genk afstevent? Geen enkele Genkenaar of bezoeker van Genk kan nog weg. Waar wil je dan zijn? Met wie? Wat doe je dan zeker wel/niet? Zwijgen/praten? Er zijn? Voor elkaar, met elkaar, tegen elkaar? Op de plaatsen van de bordelen, de openbare gebouwen, de bushokken? Samen zijn? Boodschap Melancholia in de bushokken plaatsen, wat doet dat met de wachter? Begint hij te denken, af te wachten, te panikeren? Blijft hij zitten of niet? Confrontatie met zichzelf!
2. Als 'Piccasso' de stadskaart van Genk bewerken, in de ruimte plaatsen. Wat zeggen deze ingetekende, gekleurde, geschilderde wandplaten de bezoeker? Doet het een bel rinkelen, neen/ja? Herkennen ze Genk? Waarom wel/niet? Wat willen ze bijschilderen, tekenen? Waarom? Hoe zouden ze Genk willen tekenen?
3. Nieuwe stadskaarten van Genk laten ontwerpen door bezoeker. Welke sponsors, afbeeldingen, belangrijkheden komen erop? Misschien wel huizen van je buren, vrienden, de school van je kind, de plaats waar je net niet moet zijn,...
4. Genkkaart wordt levend: in de kaart iets zien, een gezicht, een tekening, de buurt waar je dan woont, het zorgcentrum dat bijvoorbeeld in de mond van de tekening ligt, daar wordt gewerkt rond praten, alles dat te maken kan hebben met mond; de buurt waar je woont in het hoofd van de tekening, daar wordt gewerkt rond denken,... alles wat te maken heeft met hoofd. Als het een tekening is van een landschap, kan hetzelfde worden uitgewerkt in functie van de delen van dat landschap. Positief: de kaart kan door verschillende mensen compleet verschillend worden bekeken, ingekleurd, de invulling van werking kan dan ook altijd verschillend worden aangepakt.
5. Het beest van Genk: punten van bushokken, zorgcentra,... verbinden: er verschijnen figuren, figuren inkleuren, wat gebeurt er? Wat gebeurt er met de figuur als verschillende punten weggelaten worden (bijvoorbeeld bushokken in het centrum)? Verandert het beest van vorm? Waarin? Hoe beweegt het? Kan het nog bewegen, leeft het nog? Is het een 'iets', een ding, een verhaal geworden? Beter misschien: figuren van verschillende kaarten opmaken, in 3D op elkaar leggen en dan na elkaar laten afspelen, het 'beest' beweegt! Het leeft, het verhaal leeft... De verschillende bushokken (bij figuur bushokken) krijgen in realiteit een deel van het beest opgeplakt, als boodschap op het bushok,... Wat gebeurt daar dan? Wat denken de mensen die er zitten?... In de zorgcentra, scholen of buurthuizen kan gewerkt worden vanuit dat deel van het beest waartoe het behoort (samen werken aan het levende Genkse beest).

zondag 13 november 2011

Musea Londen gratis?!

Het klopt grotendeels wat iemand me onlangs vertelde: vele van de Londense tentoonstellingen zijn gratis te bezoeken. 
Fantastisch! Zeker een idee dat ik misschien in overweging moet nemen voor mijn ontwerp. Dit feit maakt althans toegankelijker wat daarbinnen te bekijken is.

Uit de tent gelokt: plan of creativiteit?

Ooit leerde ik tijdens een stage in het buitengewoon onderwijs dat wanneer kinderen kunnen werken vanuit hun eigen kracht, het werk veel dichter staat bij wie ze zijn en wat ze ervoor over hebben. Ik ben deze les nooit vergeten en probeer ze in de mate van het mogelijke in mijn eigen klas toe te passen. Daar waar het reguliere basisonderwijs nog steeds veel werkt vanuit een 'teaching' - leerkracht die leerling iets leert - is er af en toe wel plaats voor activiteiten die meer werken vanuit het kind zelf. Mijn ervaring is dat kinderen het niet altijd even makkelijk hebben om te werken vanuit hun eigen creativiteit (misschien zelfs omdat ze gewoon zijn uit te voeren wat hen 'opgelegd' wordt, taken maken, lessen leren,...). Toch denk ik dat dit gegeven erg waardevol is, hen op een of andere manier te laten inzien dat ze zelf kracht bezitten en dit proberen naar buiten te laten komen. (Rancière en gelijkheid van intelligenties...)
In dat opzicht is het maken van een knutselwerk vanuit een plan of vanuit eigen creativiteit een passend voorbeeld. Het is makkelijker een plan te volgen, het resultaat kan voor ogen gehouden worden. (Dit is trouwens hoe het aan mij geleerd is toen ik de lerarenopleiding volgde: werken vanuit een opgelegd plan.) Kinderen geven vaak ook zelf aan leuk te vinden dat ze 'weten wat het zal worden'. De opdracht iets te maken, waarrond wel eerst een brainstorming gebeurd is om op gedachten en ideeën te komen, is voor velen vaak moeilijker. Een enkeling gaat graag de uitdaging aan. Wat ik wel opmerk is dat wanneer creativiteit aangesproken wordt in groepsverband er meer trigger is om verder te werken en te durven, ook al  valt het eindresultaat wat tegen. Kinderen zetten elkaar aan om verder te werken op een opgekomen idee. In het begin blijkt dit vaak een wat moeizaam proces, maar hoe meer ideeën bovenkomen, hoe makkelijker het is om door te doen. Begeleiding in heel dit gebeuren is nog vaak nodig. Bij het presenteren van de resultaten zijn kinderen die een wat moeilijker creatieproces hebben doorgemaakt, vaak erg fier op wat ze gekund hebben. En terecht! (Wat niet weerhoudt dat kinderen die volgens plan iets in elkaar geknutseld hebben, ook fier kunnen zijn natuurlijk.)
De vraag is nu wat de kinderen ertoe in staat stelt het meeste uit zichzelf naar boven te halen, buiten te laten komen? Het makkelijkere uitvoeren volgens plan of de creativiteit aanspreken, wat moeilijker blijkt? Naar mijn mening is het toch wel het laatste. Misschien is het ook net omdat het wat moeilijker gaat, dat de kans bestaat dan er een grens overgestoken wordt. Of van 'Ik kan dat niet' naar 'Kijk wat ik heb gemaakt!'

De gemeenschap in 'Religie voor atheïsten'

In zijn boek 'Religie voor atheïsten' doet Alain de Botton een betoog over hoe de seculiere samenleving kan leren uit religies. Hij raakt daarbij onderwerpen aan als ethiek, onderwijs, zorgzaamheid, kunst, instituten, architectuur, gemeenschapzin,... Vooral hoofdstuk II hield mijn aandacht scherp omdat hij het daar specifiek over gemeenschap heeft. Enkele punten haalde ik eruit.

Volgens de Botton is gemeenschapszin een gemis dat door de moderne samenleving sterk wordt gevoeld. Hij haalt uit religie vervolgens enkele ideeën om hiermee om te gaan. Zo zegt hij dat het creëren van een specifieke ontmoetingsplaats enthousiasme kan opwekken voor een groepsconcept (p.37). Om gemeenschapsgevoel te bewerkstelligen, schept religie een kader. Er wordt een letterlijke plaats in de ruimte afgebakend (p.30). Voorts wijst hij op het belang van regels om mensen te leiden in hun specifieke interactie met elkaar (p.37). Hij heeft het over het missaal in de kerkelijke liturgie, alsook over het Boek van Agape, een soort handleiding bij zijn eigen voorstel om mensen  dichter bijeen te brengen via een speciaal georganiseerde maaltijd-bijeenkomst. (Ik kom hier verder nog even op terug.) Ik wil dit eigenlijk wel eens onder de loep nemen: welk belang is dat dan dat regels hebben inzake interactie? Daarna heeft hij het nog over de maaltijd (pp.37-41). De Botton wijst erop dat het hedendaags gebrek aan gemeenschapszin tot uitdrukking komt in de manier waarop we eten (p.39). Er zijn tal van plaatsen om te gaan eten, maar zo bedreven restaurateurs erin zijn mensen bijeen te brengen, zo niet bedreven zijn ze erin deze bijeengebrachte mensen in contact te laten komen (p.41). Mensen blijven in hun eigen cocon zitten, ook als ze (letterlijk) buiten komen.
Ik vind dit een bijzonder belangrijke opmerking die rechtstreeks verband houdt met Genk. Er worden initiatieven genomen om mensen bijeen te brengen, maar dit gaat aan zijn doel voorbij, want vele van die initiatieven overleven niet: er is geen diep contact tussen de mensen. Het relateert ook aan het bericht 'buiten' komen: mensen uit hun tent lokken, iets tot hen te laten spreken waardoor er een echte blootstelling kan zijn. Ook het bericht over 'e-ducating the gaze' is hieraan verbonden. Mensen zijn nog teveel verbonden aan hun eigen visie en eigen standpunt. De blootstelling van jezelf aan de ander kan pas echt komen als de eigen blik weggeleid wordt van het zelf.

De Botton stelt zelf een manier voor om mensen dan wel in contact te laten komen tijdens een maaltijd (pp.41-45). Hij wil een plaats maken waarbij groepen en rassen doorheen gehaald worden en vreemden de voorkeur krijgen boven familie. Het is de tafelschikking die hen ertoe verplicht om anders te zitten dan ze geneigd zijn. Het feit dat de maaltijd de mensen ertoe dwingt in elkaars nabijheid te verkeren, geeft hen niet meer de macht om vooroordelen over elkaar hoog te houden. Stengers' idee over de kunst van het afwezige aanwezig te maken... Nabijheid dwingt tot realiteit? Belangrijk voor mijn ontwerp! Verder licht hij het Boek van Agape toe dat de tafelgasten aanwijzingen geeft om voor bepaalde duur met elkaar over vooraf omschreven onderwerpen te spreken.

In het stuk met als titel 'Verontschuldigingen' heeft hij het over de kracht van Grote Verzoeningsdag, Jom Kipoer in de joodse traditie. Een dag waarmee hij gemeenschapszin verbindt, omdat het ritueel op die dag ingaat op de fout gelopen dingen binnen groepen en hoe daarmee om te gaan.
Dit kan aanzien worden als een concreet voorbeeld van de oproep van Stengers om het denken te vertragen, stil te staan bij datgene dat makkelijk over het hoofd gezien wordt (en werd) en dit opnieuw aanwezig te stellen.
De Botton wijst op de functie die rituelen kunnen hebben in verband met het bemiddelen tussen de behoefte van het individu en die van de groep. Hij zegt dat het ritueel er is om het zelf en de anderen in overeenstemming te brengen (pp. 56-57). Rituelen hebben de mogelijkheid een ruimte af te bakenen en bieden de gelegenheid lastige gevoelens te verwerken. Een ritueel is voor de Botton een vorm van compensatie, een moment van transformatie waarop verlies (en volgens mij ook andere zaken) kan worden verwerkt en verzacht (p.59). Hij zegt dat de les die we moeten leren, om goed functionerende gemeenschappen te verkrijgen, inhoudt dat we niet naïef mogen zijn over onze aard. We moeten aanvaarden dat er destructieve en antisociale neigingen diep in ons geworteld zijn. Hij verdedigt in die zin dat chaos een plek moet krijgen op een bepaald moment in de tijd (p63).

De verbanden die de Botton legt zijn boeiend, omdat ze tevens gedachten op gang brengen voor mijn ontwerp. Als ik iets wil doen om het denken van mensen te vertragen, een blootstelling van de een naar de ander wil teweegbrengen in een werkelijke ontmoeting, dan moet ook de ruimtelijke plaats zich daartoe lenen. De ruimte die kan worden gegeven aan een moment van transformatie, zoals een ritueel, is een belangrijk element in dit proces.

zaterdag 12 november 2011

Niet de afstand, maar de voortdurende afstand!

Enkele dagen geleden volgde ik een les over een tekst van Rancière 'On the shores of politics'. In deze tekst heeft hij het uitgebreid over 'gemeenschap' en welbepaald over groepen van mensen die in het verleden geprobeerd hebben 'een gemeenschap der gelijken' op te starten. Telkens opnieuw lijkt het te starten met nobele ideeën, maar Rancière toont aan dat, steeds opnieuw, visies van ongelijkheid in deze 'gemeenschappen der gelijken' verweven zitten, zodat de beoogde gelijkheid in realiteit toch niet bestaat.
Ik bleef nadien zitten denken over het stuk waar Rancière het over Plato's (ideale) Staat heeft, waarbinnen 'de bewakers' de verpersoonlijking zijn van de ongelijkheid in deze gemeenschap. De bewakers van de staat zijn namelijk een vreemde groep. Net om hun functie (het bewaken) goed te kunnen vervullen, mogen ze niets bezitten en geen connectie hebben met de stadssamenleving. Ze zijn dus als het ware afgesloten van de levende gemeenschap. Ze moeten volledig onafhankelijk zijn van de anderen. In feite maakt dat van hen een beetje 'meesters', ze moeten de situatie te allen tijde meester kunnen blijven. Ze staan alleen ten opzichte van de anderen in de gemeenschap. Ze staan op een afstand van de anderen.

Hier bleven mijn gedachten op hangen. Is het de afstand die maakt dat er een ongelijkheid bestaat of groeit? Volgens mij moet dit beeld genuanceerd worden. Volgens mij is het niet de afstand op zich, maar wel de voortdurende afstand die maakt dat je je distantieert van de anderen en die aldus ongelijkheid, vervreemding kan creëren.
Als we naar Genk kijken en constateren dat de verschillende wijken zo ver uit elkaar liggen, dat er bijna geen natuurlijke brug te slaan is, is het dus het feit dat de wijken altijd zo ver van elkaar liggen de boosdoener, niet dat ze ver uit elkaar liggen. Ik denk trouwens dat een beetje afstand geen kwaad kan. Die afstand waar overbruggingen te nemen zijn (waar de grens over te steken is), maar waar dus ook de mogelijkheid bestaat om even terug te keren naar de eigen veilige plek. Beschouw het als een peuter die door de afstand van de ouder het risico neemt zijn omgeving te verkennen, maar na een poosje even wil 'rusten' bij de ouder, 'terugkomen in de veilige haven'. Dit terugkomen heeft hij nodig om opnieuw stappen te zetten en zijn grenzen over te steken. Indien de ouder weg zou blijken, zou hij in paniek geraken, teveel blootgesteld aan het nieuwe. Een ander voorbeeld is dat van een koppel waarvan de partners, door werkomstandigheden, een poos uit elkaar moeten leven. Een relatie op afstand, voor een tijdje althans. Zorgt de afstand op zich dan voor een ongelijkheid tussen de partners? Neen, het zou wel moeilijk worden als de partners voor altijd van elkaar gescheiden zouden zijn. Ze gaan dan een apart leven leiden, het contact wordt dan minder een blootstelling van de ene en de andere. Op de duur is er geen 'delen' meer, er is geen 'samen' meer.
In verband met Genk denk ik dat er een mogelijkheid geboden moet worden om een brug te slaan. Bijvoorbeeld mensen met verschillende achtergronden, culturen, ideeën, waarden tot elkaar laten komen en iets te laten delen. Hoe is mij nog niet duidelijk, ook omdat ik wil vertrekken vanuit een bepaalde leegte. (cfr. The Wire, Zinneke) Ik  hoop niet het zoveelste initiatief te creëren dat na een initiële boost stilaan uitdooft. Er zou tevens een weg moeten blijven bestaan om terug te keren, om zo opnieuw de energie te vinden om weer de grens over te steken naar de overkant. Afstand is nodig, voortdurende afstand is te mijden. Afstand tussen culturen, waarden, visies,... is niet erg, voortdurende afstand zorgt voor werkelijke distantiëring en dat moeten we aanpakken.

vrijdag 11 november 2011

Hoed u voor mensen die iets zeker weten!

Op de radio hoorde ik vanmorgen Jan Terlouw spreken over zijn nieuwste boek. Dit keer geen jeugdboek, wel een politiek boek, waarin, volgens de auteur 'de idee vast te zitten aan je eigen standpunt' sterk naar voor komt. Hij wil de lezer de boodschap geven hiervoor op te passen, omdat het 'iets zeker weten' net inhoudt dat je je eigen standpunt niet meer wil, kan loslaten. Hij vindt dat dat een soort gevaar inhoudt, vandaar het 'Hoed u voor mensen die iets zeker weten!'. Wil je er meer over lezen, klik dan hier: http://lemniscaat.nl/Volwassen/Mens%20&%20Maatschappij/titels/9789047704126/Hoed%20u%20voor%20mensen%20die%20iets%20zeker%20weten


Ik kon niet anders dan onmiddellijk te denken aan het e-ducere van de blik, de tekst van Jan Masschelein, waarin het net draait om het leren loskomen van je eigen standpunt, (zie bericht 'Walking', 'e-ducating the gaze' en Genk) alsook de 'idioot' van Isabelle Stengers die ons dwingt stil te staan bij het feit dat er misschien net iets meer is dan wat jij dacht...
Genk houdt me wel degelijk bezig.

'Walking', 'e-ducating the gaze' en Genk...

In zijn artikel 'Walking in the city' stelt de Certeau de rationeel, functionele stadsratio tegenover 'the disturbing familiarity of the city'. Een van de belangrijke elementen is dat hij stelt dat net het vertrouwelijke en verstorende de stad een echt menselijke stad maakt. Hij gebruikt ook de tegenstelling 'de stad in beweging' versus 'de geplande stad'. De stad in beweging is 'zoals een kind de ruimte verkent en exploreert tijdens het opgroeien'. Het groeien van betekenis voor het kind kan maar door beweging, door sommige onvoorziene zaken die het tegenkomt of veroorzaakt. Zo kan een echte stad ook pas een menselijke, bewoonbare stad worden als ze ruimte voor beweging toelaat, ruimte voor het onvoorziene. De zuivere ruimtes en gelijkgestemde systemen bedacht door de totaliserende stadsratio maken van de stad een onpersoonlijk en universeel object, waar geen plaats is voor 'narratives', verhalen van buurten vol symboliek, lacunes en de creatie van een memorabele spirit. Wat niet bij het systeem hoort, moet geëlimineerd worden. 
In Genk lijkt dat precies aan de hand te zijn. Er is wel letterlijk ruimte voor beweging (je vindt overal sportveldjes, speeltuintjes, netjes aangelegde fietsroutes), maar er lijkt geen figuurlijke ruimte voor 'disturbance' te zijn (vuilnis vind je amper, wat niet past - bijvoorbeeld een woonwagenpark met bijhorende rommel - bevindt zich letterlijk aan de grens van de stad of wordt zo snel mogelijk weggehaald - denk aan de grafiti). Als ik fietste in Genk had ik de indruk een wat lege ruimte te zien die niet leeft. 

De Certeau vertrekt voor het verder analyseren van de stad vanuit het uitgangspunt van de wandelaar. Die bevindt zich namelijk 'down below', in de ruimte, op straat. Voorts vergelijkt hij dat wandelen in de stad met het spreken, het ontwikkelen van een eigen taal. Verder zegt hij dat je je naar een betekenisvolle prikkel richt als je wandelt. Zo kan het zijn dat je net door het verhaal van een bepaalde plaats aangetrokken wordt, net zoals het mogelijk is dat je net niet naar een plek gaat, waarvan de naam jou obscuur overkomt. Het is dus het betekenisvolle dat je letterlijk in beweging zet. 
Dit kan mijns inziens ook figuurlijk. Ik hoop met mijn ontwerp mensen te laten wandelen, in beweging te zetten, op gedachten te brengen door iets, misschien een verhalend iets, in aanwezigheid te stellen. Als het 'het verhaal' is dat mensen beweegt, moet ik proberen het verhaal bij de mensen te brengen. Hun verhaal. Ik moet dan de tijd nemen om die verhalen te ontdekken, net zoals de wandelaar op zijn pad de stad exploreert.

De Certeau zegt in het artikel duidelijk dat de act van het wandelen zelf vaak over het hoofd wordt gezien. Mensen kijken maar al te gauw naar het traject, het spoor. De ervaring van het wandelen zelf is nochtans waardevol. Dit idee brengt me dan bij het artikel van Masschelein 'The idea of critical e-ducational research' E-ducating the gaze and inviting to go walking. In dit artikel wordt duidelijk dat door het wandelen zelf een bepaalde realiteit naar jou toe kan komen. Als wandelaar kan je 'de kracht' van de weg voelen, ervaren. (Dit kan bijvoorbeeld niet als je over het landschap zou vliegen en het alleen maar zou bekijken vanuit de hoogte.) Tijdens het wandelen heb je de kans om je bloot te stellen, aandachtig te worden, er te zijn. Het voorstel in dit artikel met betrekking tot 'critical e-ducational research' heeft te maken met het leren anders richten van je blik (tijdens het wandelen). E-ducation heeft hier te maken met het weg-leiden van je blik. Met andere woorden, we moeten leren dat ons eigen standpunt (onze blik) ons kan weghouden van 'wat is'. Dat we, als we leren ons eigen perspectief op een bepaalde afstand te houden, een bevrijdende ruimte kunnen creëren die toelaat dat 'wat is' tot ons kan komen. Door uit onze eigen positie te komen, is zelftransformatie mogelijk.
Ik denk even aan mijn reflectie rond 'buiten' komen, blootstelling en het grensoverstijgend 'samen', alsook het bericht over 'afstand'. Misschien is het zo dat wanneer mensen een bepaalde grens oversteken (een afstand afleggen, uit hun eigen positie ( of gemeenschap) komen) en 'iets' (hun verhaal?) blootstellend delen, dat dat proces transformerend kan werken. Dat het net de afstand is tot hun eigen perspectief, hun eigen blik, dat de  ruimte creëert om 'wat is' anders te zien. Op die manier kan 'wat is' een andere betekenis krijgen voor alle partijen in dit proces van 'eye-opening'.

Masschelein heeft het ook over het niet stellen van een doel, het gebrek hebben aan intentie, het kunnen wachten
Ik wil dit element ook verwerken in mijn ontwerp. De kunst van het wachten. Het doen vertragen. Ik denk dat wat Stengers met het praten over de 'idioot' in aanwezigheid van de 'idioot' bedoelt, hier ook mee te verbinden is. Datgene wat we over het hoofd kunnen zien, zoals de ervaring van het wandelen of misschien zelfs de ervaring van de blootstelling tijdens het overstijgen van een bepaalde grens, een ervaring is die op zich waardevol is en waar we niet te snel aan mogen voorbij gaan. Stilstaan bij wat het doet om uit je eigen positie te komen. Het wachten, het stilstaan hierbij is misschien de mobilizer!

Een arme pedagogie is datgene wat toelaat dat de werkelijkheid tot ons kan komen, aldus Masschelein. Niet een pedagogie die de mensen dingen oplegt, maar wel een die vanuit een bevrijde blik toelaat dat 'wat is' tot de mensen kan komen.
Mijn bericht over 'buiten' komen en de ander tot jou te laten spreken heeft hier mee te maken. De bevrijde blik is dan de openheid waarvoor je kiest om 'de ander' (dat 'wat is') tot jou te laten spreken.