Zoeken in deze blog

maandag 19 december 2011

Mr. Foster

Gisterenavond, 18 december 2011, zond Canvas een documentaire uit: "How much does your building weigh, Mr. Foster?" Het was een documentaire van Norberto López Amado en Carlos Carcas over de Britse architect Norman Foster (°1935). Men blikte terug op de carrière van Foster die een van de meest vooraanstaande en invloedrijke hedendaagse architecten is. Er was te zien hoe de architect zijn visionaire ideeën vindt in zijn streven om de kwaliteit van het leven van de mens te verbeteren. Hij ontwierp vooruitstrevende projecten, zoals het viaduct van Millau in Frankrijk, de koepel van de Reichstag in Berlijn, de Hearst Building in New York en de luchthaven van Beijing. Norman Foster probeert tevens oplossingen te vinden voor de toenemende verstedelijking overal ter wereld. Zo is er nu een project gaande waarbij een volledig nieuwe, groene stad wordt opgebouwd in de woestijn. 

Enkele opvallende herkenningspunten in verband met het Genk-ontwerp:

  • steeds een open, alerte en wakkere geest behouden
  • samenwerking bij uitwerking van een idee, project
  • lijfelijke aanwezigheid: eigen menselijke zintuigen gebruiken, er zelf zijn, om inspiratie voor het ontwerp op te doen
  • ideeën staan niet vast, ze groeien mee met de wil van de klant, hoe meer er wordt besproken, hoe meer er kan uitgewerkt worden in het ontwerp
  • relatie hobby's - werk: Foster zegt duidelijk hoe hij via zijn hobby's (skimarathon, fietsen,...) op zo een manier tot rust komt, dat hij op nieuwe ideeën komt en oplossingen kan bedenken voor problemen die hem bezighouden. Bovendien vergen sommige hobby's een groot doorzettingsvermogen van hem, wat hem sterkt in zijn projecten.
  • relatie gemeenschap - project: steeds nadenken over de invloed van de architectuur op het leven van de mens en de mens in groep
  • relatie kunst - project: sommige ontwerpen nemen zodanige proporties aan, belichamen zulke visionaire ideeën en fungeren vaak als symbool, dat het als kunst aandoet. Er is nagedacht over elk detail, niets is zomaar gemaakt. De ontwerpen "spreken".


zondag 11 december 2011

Cosmopolitan Chicken Project

Dit weekend was ik te gast op een kasteeltje in Piringen, voor de voorstelling van het nieuw vormgegeven muziekfestival "Basilica Festival van Vlaanderen", thans "BClassic". Hoewel het concert bijzonder mooi was en de boodschap erachter ook, namelijk zoveel mogelijk mensen proberen te bereiken en bijeen te brengen met en door klassieke muziek, was het vooral de peter van dit nieuwe festival die mij met zijn project de oren deed spitsen. Ik heb het over Koen Vanmechelen die als geronommeerd kunstenaar een bijzondere boodschap bracht door middel van een presentatie en een aantal kunstwerken in het kasteel.
Met zijn Cosmopolitan Chicken Project zet hij thema's als bioculturele diversiteit en identiteit voorop en wil hij door het kruisen van kippen een echte kosmopolitische kip bekomen, als symbool voor globale diversiteit. 



Tijdens zijn presentatie, waarin hij de werking van zijn volledig project uitlegde, kwamen er enkele zaken aan bod, die enorm verband houden met Genk.

Zo is het kruisen van de kippenrassen het uitgangspunt: hij wil net niet bij het eigene van een bepaalde soort blijven. Hij zei ook verscheidene keren dat het het kruisen is dat net verrassende resultaten oplevert!
In Genk wil ik komen tot het kruisen van mensen met verschillende culturele en etnische achtergronden. (het grensoverstijgend buitenkomen)

Met zijn project positioneert hij kunst in het midden van de samenleving, tussen de mensen (zelfs over de hele wereld, zijn project breidt zich steeds verder uit) en altijd verbonden. Dit laatste benadrukte hij verscheidene malen: plaatsen in de wereld verbinden, wetenschap en 'gewoon' leven verbinden, verleden - heden - toekomst verbinden, mensen verbinden.
Het is precies dit, maar dan op een andere manier (niet via kippen), dat ik ook wil teweegbrengen in Genk. Een ontwerp dat als het ware temidden de Genkenaars kan fungeren als een creatief, pedagogisch verbindingsmiddel.

Vanmechelen gebruikt verschillende soorten media om zijn kernidee te vertalen naar zoveel mogelijk mensen. Hij maakt schilderijen, tekeningen, foto's, video's, beeldhouwwerken en verzorgt op zeer diverse plaatsen tentoonstellingen. Er is een magazine "The Accident" en een website, kortom er wordt werk gemaakt van het verspreiden van de boodschap.
Dit onderdeel is een tak van mijn ontwerp dat ik zelf nog veel meer moet onderzoeken. Het wordt een belangrijk deel omdat het handelt over hoe Genkenaars te bereiken, maar het is nu nog vaag net omdat het ontwerp zelf nog niet concreet genoeg is. Het is wel zo dat ik ervan overtuigd ben dat kunstmedia een universele kracht bezitten om tot mensen te spreken en mensen zelf aan te zetten om 'buiten' te komen op verschillende manieren (op ideeën komen, aanzetten tot zelf handelen, horizon verruimen,...). Deze kracht wil ik verwerken in mijn ontwerp.
Het vertalen van mijn verbindingsidee naar mijn ontwerp en het concrete van Genk is op dit moment datgene waar ik het meest mee bezig ben. Het zal ook een belangrijke stempel drukken in het bereiken van de mensen van Genk. 

Tot slot is het voor mij het verrassend aspect in dit Cosmopolitan Chicken Project (de soms bizarre foto's, de kunstwerken die vragen oproepen,...) dat me aanzet om te blijven luisteren naar wat Vanmechelen te vertellen heeft. Ik vind dit een belangrijk gegeven. Het is de bedoeling om in Genk mensen te blijven verbinden. Ik wil niet dat mijn ontwerp slechts een eenmalig buitenkomend effect zou hebben.

dinsdag 6 december 2011

Reflectie over mijn verbinding - idee.

Verbinden. Dat is mijn vertrekpunt. 
Beginnen met verbinden van punten op de kaart van Genk om deze verbinding dan uitvoerig te beschrijven. Waarom en hoe zijn deze punten verbonden zoals ze zijn verbonden? Neem nu onze kaart met de bushokken van Genk. Is er een bepaalde volgorde of ordening als je van het ene bushok naar het andere gaat? En welke is die volgorde dan? Waaraan doet deze verbinding denken?

Daarna de verkregen figuur, die vertrokken is vanuit pure feitelijke Genkgegevens, "vertalen" naar een andere figuur: ik wil een bepaalde verbinding teweegbrengen. Welke verbinding wil ik zien, zichtbaar maken? Wat is de verhouding van de feitelijke verbinding met de gewilde verbinding? Waarom deze vertaling en niet een andere? Welke meerwaarde zit er dan in? Hoe verhouden de Genkenaars zich tot de nieuwe verbinding? Welke rol hebben zij hierin te spelen? En wat met mijn rol als pedagoog binnen dit verbinden? Wat wil ik verbonden krijgen?


dinsdag 22 november 2011

Losse krabbelideeën...

1. Film Melancholia, wat als Melancholia op Genk afstevent? Geen enkele Genkenaar of bezoeker van Genk kan nog weg. Waar wil je dan zijn? Met wie? Wat doe je dan zeker wel/niet? Zwijgen/praten? Er zijn? Voor elkaar, met elkaar, tegen elkaar? Op de plaatsen van de bordelen, de openbare gebouwen, de bushokken? Samen zijn? Boodschap Melancholia in de bushokken plaatsen, wat doet dat met de wachter? Begint hij te denken, af te wachten, te panikeren? Blijft hij zitten of niet? Confrontatie met zichzelf!
2. Als 'Piccasso' de stadskaart van Genk bewerken, in de ruimte plaatsen. Wat zeggen deze ingetekende, gekleurde, geschilderde wandplaten de bezoeker? Doet het een bel rinkelen, neen/ja? Herkennen ze Genk? Waarom wel/niet? Wat willen ze bijschilderen, tekenen? Waarom? Hoe zouden ze Genk willen tekenen?
3. Nieuwe stadskaarten van Genk laten ontwerpen door bezoeker. Welke sponsors, afbeeldingen, belangrijkheden komen erop? Misschien wel huizen van je buren, vrienden, de school van je kind, de plaats waar je net niet moet zijn,...
4. Genkkaart wordt levend: in de kaart iets zien, een gezicht, een tekening, de buurt waar je dan woont, het zorgcentrum dat bijvoorbeeld in de mond van de tekening ligt, daar wordt gewerkt rond praten, alles dat te maken kan hebben met mond; de buurt waar je woont in het hoofd van de tekening, daar wordt gewerkt rond denken,... alles wat te maken heeft met hoofd. Als het een tekening is van een landschap, kan hetzelfde worden uitgewerkt in functie van de delen van dat landschap. Positief: de kaart kan door verschillende mensen compleet verschillend worden bekeken, ingekleurd, de invulling van werking kan dan ook altijd verschillend worden aangepakt.
5. Het beest van Genk: punten van bushokken, zorgcentra,... verbinden: er verschijnen figuren, figuren inkleuren, wat gebeurt er? Wat gebeurt er met de figuur als verschillende punten weggelaten worden (bijvoorbeeld bushokken in het centrum)? Verandert het beest van vorm? Waarin? Hoe beweegt het? Kan het nog bewegen, leeft het nog? Is het een 'iets', een ding, een verhaal geworden? Beter misschien: figuren van verschillende kaarten opmaken, in 3D op elkaar leggen en dan na elkaar laten afspelen, het 'beest' beweegt! Het leeft, het verhaal leeft... De verschillende bushokken (bij figuur bushokken) krijgen in realiteit een deel van het beest opgeplakt, als boodschap op het bushok,... Wat gebeurt daar dan? Wat denken de mensen die er zitten?... In de zorgcentra, scholen of buurthuizen kan gewerkt worden vanuit dat deel van het beest waartoe het behoort (samen werken aan het levende Genkse beest).

zondag 13 november 2011

Musea Londen gratis?!

Het klopt grotendeels wat iemand me onlangs vertelde: vele van de Londense tentoonstellingen zijn gratis te bezoeken. 
Fantastisch! Zeker een idee dat ik misschien in overweging moet nemen voor mijn ontwerp. Dit feit maakt althans toegankelijker wat daarbinnen te bekijken is.

Uit de tent gelokt: plan of creativiteit?

Ooit leerde ik tijdens een stage in het buitengewoon onderwijs dat wanneer kinderen kunnen werken vanuit hun eigen kracht, het werk veel dichter staat bij wie ze zijn en wat ze ervoor over hebben. Ik ben deze les nooit vergeten en probeer ze in de mate van het mogelijke in mijn eigen klas toe te passen. Daar waar het reguliere basisonderwijs nog steeds veel werkt vanuit een 'teaching' - leerkracht die leerling iets leert - is er af en toe wel plaats voor activiteiten die meer werken vanuit het kind zelf. Mijn ervaring is dat kinderen het niet altijd even makkelijk hebben om te werken vanuit hun eigen creativiteit (misschien zelfs omdat ze gewoon zijn uit te voeren wat hen 'opgelegd' wordt, taken maken, lessen leren,...). Toch denk ik dat dit gegeven erg waardevol is, hen op een of andere manier te laten inzien dat ze zelf kracht bezitten en dit proberen naar buiten te laten komen. (Rancière en gelijkheid van intelligenties...)
In dat opzicht is het maken van een knutselwerk vanuit een plan of vanuit eigen creativiteit een passend voorbeeld. Het is makkelijker een plan te volgen, het resultaat kan voor ogen gehouden worden. (Dit is trouwens hoe het aan mij geleerd is toen ik de lerarenopleiding volgde: werken vanuit een opgelegd plan.) Kinderen geven vaak ook zelf aan leuk te vinden dat ze 'weten wat het zal worden'. De opdracht iets te maken, waarrond wel eerst een brainstorming gebeurd is om op gedachten en ideeën te komen, is voor velen vaak moeilijker. Een enkeling gaat graag de uitdaging aan. Wat ik wel opmerk is dat wanneer creativiteit aangesproken wordt in groepsverband er meer trigger is om verder te werken en te durven, ook al  valt het eindresultaat wat tegen. Kinderen zetten elkaar aan om verder te werken op een opgekomen idee. In het begin blijkt dit vaak een wat moeizaam proces, maar hoe meer ideeën bovenkomen, hoe makkelijker het is om door te doen. Begeleiding in heel dit gebeuren is nog vaak nodig. Bij het presenteren van de resultaten zijn kinderen die een wat moeilijker creatieproces hebben doorgemaakt, vaak erg fier op wat ze gekund hebben. En terecht! (Wat niet weerhoudt dat kinderen die volgens plan iets in elkaar geknutseld hebben, ook fier kunnen zijn natuurlijk.)
De vraag is nu wat de kinderen ertoe in staat stelt het meeste uit zichzelf naar boven te halen, buiten te laten komen? Het makkelijkere uitvoeren volgens plan of de creativiteit aanspreken, wat moeilijker blijkt? Naar mijn mening is het toch wel het laatste. Misschien is het ook net omdat het wat moeilijker gaat, dat de kans bestaat dan er een grens overgestoken wordt. Of van 'Ik kan dat niet' naar 'Kijk wat ik heb gemaakt!'

De gemeenschap in 'Religie voor atheïsten'

In zijn boek 'Religie voor atheïsten' doet Alain de Botton een betoog over hoe de seculiere samenleving kan leren uit religies. Hij raakt daarbij onderwerpen aan als ethiek, onderwijs, zorgzaamheid, kunst, instituten, architectuur, gemeenschapzin,... Vooral hoofdstuk II hield mijn aandacht scherp omdat hij het daar specifiek over gemeenschap heeft. Enkele punten haalde ik eruit.

Volgens de Botton is gemeenschapszin een gemis dat door de moderne samenleving sterk wordt gevoeld. Hij haalt uit religie vervolgens enkele ideeën om hiermee om te gaan. Zo zegt hij dat het creëren van een specifieke ontmoetingsplaats enthousiasme kan opwekken voor een groepsconcept (p.37). Om gemeenschapsgevoel te bewerkstelligen, schept religie een kader. Er wordt een letterlijke plaats in de ruimte afgebakend (p.30). Voorts wijst hij op het belang van regels om mensen te leiden in hun specifieke interactie met elkaar (p.37). Hij heeft het over het missaal in de kerkelijke liturgie, alsook over het Boek van Agape, een soort handleiding bij zijn eigen voorstel om mensen  dichter bijeen te brengen via een speciaal georganiseerde maaltijd-bijeenkomst. (Ik kom hier verder nog even op terug.) Ik wil dit eigenlijk wel eens onder de loep nemen: welk belang is dat dan dat regels hebben inzake interactie? Daarna heeft hij het nog over de maaltijd (pp.37-41). De Botton wijst erop dat het hedendaags gebrek aan gemeenschapszin tot uitdrukking komt in de manier waarop we eten (p.39). Er zijn tal van plaatsen om te gaan eten, maar zo bedreven restaurateurs erin zijn mensen bijeen te brengen, zo niet bedreven zijn ze erin deze bijeengebrachte mensen in contact te laten komen (p.41). Mensen blijven in hun eigen cocon zitten, ook als ze (letterlijk) buiten komen.
Ik vind dit een bijzonder belangrijke opmerking die rechtstreeks verband houdt met Genk. Er worden initiatieven genomen om mensen bijeen te brengen, maar dit gaat aan zijn doel voorbij, want vele van die initiatieven overleven niet: er is geen diep contact tussen de mensen. Het relateert ook aan het bericht 'buiten' komen: mensen uit hun tent lokken, iets tot hen te laten spreken waardoor er een echte blootstelling kan zijn. Ook het bericht over 'e-ducating the gaze' is hieraan verbonden. Mensen zijn nog teveel verbonden aan hun eigen visie en eigen standpunt. De blootstelling van jezelf aan de ander kan pas echt komen als de eigen blik weggeleid wordt van het zelf.

De Botton stelt zelf een manier voor om mensen dan wel in contact te laten komen tijdens een maaltijd (pp.41-45). Hij wil een plaats maken waarbij groepen en rassen doorheen gehaald worden en vreemden de voorkeur krijgen boven familie. Het is de tafelschikking die hen ertoe verplicht om anders te zitten dan ze geneigd zijn. Het feit dat de maaltijd de mensen ertoe dwingt in elkaars nabijheid te verkeren, geeft hen niet meer de macht om vooroordelen over elkaar hoog te houden. Stengers' idee over de kunst van het afwezige aanwezig te maken... Nabijheid dwingt tot realiteit? Belangrijk voor mijn ontwerp! Verder licht hij het Boek van Agape toe dat de tafelgasten aanwijzingen geeft om voor bepaalde duur met elkaar over vooraf omschreven onderwerpen te spreken.

In het stuk met als titel 'Verontschuldigingen' heeft hij het over de kracht van Grote Verzoeningsdag, Jom Kipoer in de joodse traditie. Een dag waarmee hij gemeenschapszin verbindt, omdat het ritueel op die dag ingaat op de fout gelopen dingen binnen groepen en hoe daarmee om te gaan.
Dit kan aanzien worden als een concreet voorbeeld van de oproep van Stengers om het denken te vertragen, stil te staan bij datgene dat makkelijk over het hoofd gezien wordt (en werd) en dit opnieuw aanwezig te stellen.
De Botton wijst op de functie die rituelen kunnen hebben in verband met het bemiddelen tussen de behoefte van het individu en die van de groep. Hij zegt dat het ritueel er is om het zelf en de anderen in overeenstemming te brengen (pp. 56-57). Rituelen hebben de mogelijkheid een ruimte af te bakenen en bieden de gelegenheid lastige gevoelens te verwerken. Een ritueel is voor de Botton een vorm van compensatie, een moment van transformatie waarop verlies (en volgens mij ook andere zaken) kan worden verwerkt en verzacht (p.59). Hij zegt dat de les die we moeten leren, om goed functionerende gemeenschappen te verkrijgen, inhoudt dat we niet naïef mogen zijn over onze aard. We moeten aanvaarden dat er destructieve en antisociale neigingen diep in ons geworteld zijn. Hij verdedigt in die zin dat chaos een plek moet krijgen op een bepaald moment in de tijd (p63).

De verbanden die de Botton legt zijn boeiend, omdat ze tevens gedachten op gang brengen voor mijn ontwerp. Als ik iets wil doen om het denken van mensen te vertragen, een blootstelling van de een naar de ander wil teweegbrengen in een werkelijke ontmoeting, dan moet ook de ruimtelijke plaats zich daartoe lenen. De ruimte die kan worden gegeven aan een moment van transformatie, zoals een ritueel, is een belangrijk element in dit proces.